zaterdag 23 april 2016

Madeliefje

Madeliefje - Bellis perennis
 
Het madeliefje behoort, net als de zonnebloem en de paardebloem, tot de familie der Samengesteldbloemigen of Composieten (Asteraceae). De bloeiwijzen van deze familie bestaan niet uit één enkele bloem, maar uit een
erg groot aantal (tientallen tot honderden) buisbloempjes en/of lintbloempjes.
 
De bloemetjes blijven prachtig in al hun eenvoud.
Een uitgebreide beschrijving is feitelijk niet nodig, want iedereen kent het madeliefje.
Madeliefje is overblijvend en bloeit bijna het hele jaar door, behalve als het vriest. Ze groeit op vochtige, voedselrijke, betreden, beweide, of vaak gemaaide grasgrond.

De officiële verklaring voor de botanisch naam ‘Bellis perennis’, is erg voor de hand liggend: ‘Bellis’ stamt van de Latijnse wortel ‘bellus’, ‘mooi’, en ‘perennis’ betekent letterlijk ‘doorheen de jaren’, eeuwig. ‘De eeuwig mooie’ dus. Er bestaan echter nog alternatieve verklaringen, zo zou ‘perennis’ ook ‘doorheen het jaar’, ‘het hele jaar lang’ kunnen betekenen, en slaat dan natuurlijk op het feit dat het madeliefje vrijwel het hele jaar door in bloei kan worden gevonden.

En voor de herkomst van ‘Bellis’ wordt wel verwezen naar de mythe van Belides, een boomnimf.

Op een dag danste Belides met Ephigeus, die haar geliefde was. Het oog van Vertumnus, de god van de boomgaarden, viel op haar, en op aan zijn onwelkome avances te ontsnappen veranderde de nimf zich in een madeliefje…
Ook voor de Nederlandse naam ‘Madeliefje’ bestaan meerdere verklaringen. De correcte is eigenlijk die, die verwijst naar het oud-Nederlandse ‘Made’ voor weide, grasland (je herkent hierin nog het Engels ‘Meadow’).

 Soms wordt ook gezegd dat ‘Madeliefje’ een verbastering is van ‘Maagdeliefje’, waarin ‘Maagd’ verwijst naar de Maagd Maria (aan wie het bloempje overigens inderdaad is toegewijd).
(bron: http://annetanne.be/kruidenklets/uit-de-kruidenmand/kruiden-k-z/bellis-perennis-madeliefje/)

 


 
In de volksgeneeskunde wordt madeliefje gebruikt tegen huidziekten en leveraandoeningen. In de homeopathie wordt het toegepast bij verstuikingen, kneuzingen en eczeem. Het jonge blad kan in salades worden verwerkt.
Bron:
www.wildebloemen.info

Tegenwoordig wordt er nog eerder zeldzaam gebruik gemaakt van de medicinale eigenschappen van het madeliefje, tenzij als toevoeging aan andere kruidenmengsels. Het kruid is inderdaad zeker bruikbaar als adjuvans (toevoeging) aan andere kruiden bij de behandeling van verkoudheden en bronchitis, en met name als hoestbedarend kruid. 

De positieve invloed bij (vooral vastzittende) hoest van het madeliefje is te danken aan de aanwezige saponines. Deze zijn licht irriterend voor de slijmvliezen, waardoor er meer en vloeibaarder slijm wordt geproduceerd dat gemakkelijker op te hoesten is. David Hoffman stelt dat madeliefje met name een zinvolle toevoeging is aan hoestdrankjes van mensen met een wat zwakker hart, omdat het kruid bijkomend het hart ondersteunt. In andere bronnen heb ik hier niets over gevonden.

Uitwendig kan het verse gekneusde kruid worden toegepast bij kneuzingen en al dan niet geïnfecteerde verwondingen.


Het gehalte aan saponines kan ook enigszins prikkelend, stimulerend inwerkend op de darmen, en in het verleden werd dit eigenschap wel eens toegepast bij hardnekkige


Obstipatie. Cazin en Roques beschrijven dat door het dagelijks toevoegen van de bloemetjes aan een salade, ze met succes verstopping tgv opiumgebruik zouden hebben bestreden.


Tijdens de archeologische opgravingen van het Paleis van koning Minos op Knossos, heeft men daar talrijke gouden haarspelden gevonden, die versierd waren met een madeliefjesachtig ornament. Deze juwelen zijn waarschijnlijk zo’n vierduizend jaar oud.

Een ander artefact dat men daar vond, en dat zo’n vijf eeuwen jonger zou zijn, was een heldergekleurd spelbord, waarvan de rand versierd was met een afbeeldingen van madeliefjes.


Maar ook in Egypte en elders in het Midden-Oosten is veel keramiek teruggevonden met afbeeldingen van dit bloempje.

Een Madeliefje heeft een ‘oog’ (zoals je ook hoort in het Engelse Daisy, Day’s eye), en vroeger veronderstelde men daarom dat het kruid gebruikt kon worden bij oogziekten. Van de Assyriërs is met zekerheid geweten dat hun artsen vaak
madeliefjes voorschreven bij allerhande oogklachten. Diezelfde Assyriërs gebruikten ook een maceraat van gekneusde madeliefjes in olie als een haarbehandeling. Grijs haar zou hiermeer terug zijn oorspronkelijke kleur krijgen.


Bij de Germanen was het madeliefje gewijd aan Freya, de godin van de liefde en de vruchtbaarheid, en aan Ostara, de godin van de lente (Je herkent in haar naam nog ‘Easter’ en ‘Ostern’, de Engelse en Duitse benaming voor het ‘Christelijke’ Paasfeest). Bij de Ostaraviering (21 maart, de lentenachtevening) werd de rituele beker versierd met madeliefjes...

Ik vond nog het volgende versie van een vaak verteld verhaal, nu in een Keltische versie en met het madeliefje als ‘voorspellend kruid’.

De legende vertelt over Rhiwallon van Myddvai, de zoon van een arme koeherder en van de Lady of Llyn-y-Van-Vach. Deze plaatselijke ‘dame van het meer’ was een wondermooi meisje dat, nadat ze verschillende keren opgedoken was uit het meer waarin ze woonde, en er weer naar was teruggekeerd, besloot om voorgoed haar thuis te verlaten en zich te vestigen bij haar aardse echtgenoot, die vanaf dat ogenblik in grote weelde leefde.

 Haar vader echter beval dat ze naar het meer moest terugkeren als haar echtgenoot haar drie keer, en dat niet vanuit boosheid, zou slaan. Haar man lette dus ontzettend goed op, maar na verloop van jaren verloor hij tenslotte toch zijn vrouw, door niet meer dan een paar vriendschappelijke klopjes…


Intussen had zij hem wel drie zonen geschonken, van wie Rhiwallon de oudste was. De jongens hadden de verhalen over hun moeder gehoord, en wandelden vaak langs de oever van het meer, in de hoop haar te kunnen zien.


Op een dag verscheen zij aan Rhiwallon, en vertelde hem dat hij was voorbestemd om de mensen te dienen door hun ziektes te genezen en hun pijn te verzachten. Zij liet hem de verschillende kruiden zien en verklaarde hun medicinale eigenschappen.


 Rhiwallon werd na verloop van jaren de lijfarts van de plaatselijke heerser, Rhyss. Deze schonk hem het kasteel Myddvai. Vandaaruit reisde hij door het hele land en bouwde een enorme reputatie op. Zijn zoon volgde hem op, en na hem volgden nog talrijke nakomelingen, allen artsen. De laatste van hen zou Rice Williams M.D. zijn geweest, die stierf op 12 mei 1842, 600 jaar nadat de mysterieuze Lady of Llyn-y-van-Vach uit het meer opdook.


En wat heeft dit nu met het madeliefje te maken? Wel, dit bloempje was erg belangrijk voor het artsengeslacht van Myddvai, omdat het hen hielp voorspellen of een patiënt zou overleven of sterven: Een bloempje van dit kruid werd geplet in wijn, die de patiënt vervolgens opdronk. Moest hij vervolgens braken, dan zou hij aan zijn ziekte sterven…
Ik heb dit verhaal al vaak gelezen, en niet altijd over hetzelfde kruid, maar deze versie is toch wel de meest gedetailleerde…


Ook van de Kelten komt het verhaal dat de geesten van kinderen die bij de geboorte stierven, madeliefjes over de aarde uitstrooiden om hun bedroefde ouders een beetje op te monteren. In sommige delen van Engeland werd het dan ook als een slecht voorteken gezien als je op een madeliefje trapte, en nog gevaarlijker was het om een plantje uit te graven, want dat zou dan betekenen dat je kinderen niet voorspoedig zouden opgroeien. Er werd geloofd dat als een kind dat nog de borst kreeg, niet meer zou groeien als het een madeliefje aanraakte, en als men puppies melk zou geven waarin madeliefjes gekookt waren, zouden die evenmin gedijen.

Het gebruik van het madeliefje als ‘voorspellend kruid’ is wijdverbreid, niet zozeer om overleven of overlijden te voorspellen, maar vooral in liefdesvoorspellingen. Wie heeft niet ooit de blaadjes van een madeliefje afgetrokken al zeggend: ‘Hij houdt van mij, hij houdt niet van mij…’. (Overigens, om het toeval een handje te helpen, is het goed te onthouden dat de meeste madeliefjes een oneven aantal lintbloemetjes hebben. Als je dan begint met de mogelijkheid die je voorkeur heeft, is de kans groot dat je daarmee ook mag eindigen!)

Een Engels orakelspelletje voorspelde op die manier wie of wat je toekomstige echtgenoot zou zijn: ‘Rich man, poor man, farmer, thief, doctor, lawyer, indianchief’.


In sommige streken in Engeland legden meisjes madeliefjes onder hun hoofdkussen en hingen hun schoenen buiten het raam. Ze zouden dan van hun minnaar dromen.


In Duitsland en Nederland werd het madeliefje echter soms als een slecht voorteken beschouwd, en als het bloemetje in de lente rijkelijk bloeide, voorspelde dat een grote kindersterfte in de komende herfst. Een tijdlang heeft men in Duitsland het madeliefje als uiterst schadelijk beschouwd, en in 1739 werd er zelfs een verordening uitgevaardigd dat de plant moest worden uitgeroeid. De Cleene en Lejeune (Compendium van Medicinale Planten in Europa) suggereren dat dit wellicht samenhing met het feit dat het madeliefje in die tijd als abortivum werd gebruikt.


 Nico Vermeulen
zegt dat het madeliefje ook geassocieerd werd met oorlog, omdat als het bloempje zich sluit, de rode onderkant van de blaadjes te zien is. Andere auteurs echter vermelden hier niets over.

In de magische kruidengeneeskunde werden madeliefjes onder meer gebruikt bij koorts: De eerste dag at men drie bloemetjes, de volgende dag vijf en zo verder tot negen, om dan weer te verminderen tot drie. Was de koorts dan nog niet over, dan herhaalde men de hele cyclus.

Het eten van het eerste madeliefje dat men in het voorjaar ziet, zal ook de koorts doen verdwijnen.


In de klassieke oudheid was het madeliefje als medicinaal kruid eerder van ondergeschikt belang, al vermeldde Plinius de Oudere dat de werking van het kruid versterkt wordt door er Alsem (Artemisia absinthum) aan toe te voegen.
Vanaf de zestiende eeuw werd de medicinale waarde van het madeliefje wel hoog geprezen. Het kruid werd met name aanbevolen voor wondverzorging, en voor allerhande longkwalen en diverse ontstekingen.

Vanuit andere delen van dit hoofdstuk is het wel duidelijk dat het Madeliefje niet mag ontbreken bij de Ostara-viering.
Aangezien het madeliefje ook een kruid van Freya is, kan het ook worden toegepast bij rituelen rond liefde en vruchtbaarheid.


(bron: http://annetanne.be/kruidenklets/uit-de-kruidenmand/kruiden-k-z/bellis-perennis-madeliefje/ )

Disclaimer bij het gebruik van deze blog

"Wilde planten in Brugge" is niet verantwoordelijk voor eventuele schade, van welke aard dan ook, als gevolg van het gebruik van planten voor medische of culinaire doeleinden.  “Wilde planten in Brugge” kan niet aansprakelijk gesteld worden voor aanspraken die voortkomen uit de verkeerde determinatie van een kruid of het verkeerde gebruik ervan in de ruimste zin van het woord. Dit artikel vervangt niet het deskundig advies van een arts of een erkend fytotherapeut.








Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen