zondag 29 mei 2016

Klein glaskruid

Klein glaskruid - Parietaria judaica (Parietaria diffusa)


Wie door Brugge wandelt en ziet hoeveel Klein glaskruid op de kademuren van de reien en tegen oude gevels in de stad voorkomt vermoedt wellicht niet dat we hier te doen hebben met een kruid dat als zeldzaam te boek staat.  In Vlaanderen is het zeldzaam. Het meest komt het voor in de duinen en langs de grote rivieren. De plant staat in Nederland op de Rode lijst en is er wettelijk beschermd.

En vergis u niet!  De plant staat momenteel in bloei, al zal het u moeilijk vallen om de bloemetjes te ontdekken want ze zijn echt “piep”klein.
Glaskruid is een plant uit de brandnetelfamilie, de Urticaceae, maar mist de brandharen van haar familielid.

Parietaria komt van het Latijnse paries (wand), de plant groeit namelijk op muren. Judaica komt van Juda (een bergstreek in Israel).

De naam laat het al een beetje vermoeden: vroeger werd het kruid gebruikt als poetsmiddel voor glas. En jawel, wat dacht u, er bestaat ook Groot glaskruid (Parietaria officinalis). Officinalis verwijst al meteen naar het feit dat Groot glaskruid vroeger medicinaal gebruikt werd en in elke apotheek voorradig was.


"Klein" glaskruid in de kruidentuin van het Museum voor Volkskunde
Even dacht ik in de kleine kruidentuin van het Museum voor Volkskunde het zeldzame Groot glaskruid gevonden te hebben, maar onderzoek van de stengel met een plantenloupe maakte duidelijk dat de stengel gevuld was. De stengel van groot glaskruid is hol, die van klein glaskruid niet. Ik was door de forse bouw van de planten op het verkeerde been gezet.

De plant wordt 10-60 cm hoog en heeft een liggende of opstijgende, gevulde, meestal sterk vertakte stengel. Op de stengels, de bladnerven en onderkant van de bladeren zitten roze of rode haren. De eironde bladeren zijn 2-5 cm lang en hebben een korte, spitse top. Wanneer de plant in de schaduw staat kan ze sterk lijken op Groot glaskruid. De bladeren kunnen dan zelfs groter dan 5 cm zijn.

Mieren, die verlekkerd zijn op het “mierenbroodje” zorgen mee voor de verspreiding van de zaden.


De piepkleine bloempjes van Klein glaskruid
Klein Glaskruid komt in Brugge vaak voor.
Klein glaskruid is een echte zuiderling. Zij komt oorspronkelijk uit Zuid Europa en Azië. Door de Romeinen is dit plantje ingevoerd, waarschijnlijk als geneesmiddel. Het werd ook als rookplant gebruikt om de duivel te verjagen.

Het is één van de vroegste en actiefste verwekkers van hooikoorts. In de Middeleeuwen al was dit een echte huis-, tuin- en keukenplant.  Het werd gebruikt als glaspoetsmiddel, waaraan het zijn naam ontleent. Bekend als rookplant hield het de boze geesten uit de woning, maar het leverde vooral middeltjes tegen hoest, wonden en kneuzingen. Een kompres van gemalen bladeren van Groot glaskruid heeft kalmerende werking op de oppervlakkige brandwonden. Verder werd het uitwendig toegepast op aambeien, kneuzingen, wonden, ontstekingen en zweren.


De volledige bloeiende plant wordt vnl. als diureticum gebruikt. In de fytotherapie worden urine drijvende kruiden ingezet bij oedeem of waterzucht, verminderde nierfunctie, gebrekkige urineproductie, nierstenen, niergruis, reumatische aandoeningen zoals artrose en artritis.

Ook Dodonaeus (*) in zijn Cruydt Boeck 1554 adviseert Parietaria als diureticum “die gekookt en gedronken wordt is goed tegen de oude hoest, nierstenen, rijzende steen en tegen de druppelplas en verstopping van de urine. Het is tegen diezelfde gebreken van de blaas niet alleen goed om dit van binnen in te nemen maar ook in water gekookt goed en zeer behulpzaam om van buiten warm op de blaas te leggen”.

Maar ook voor uitwendig gebruik werd het in die tijd (16de eeuw) veel gebruikt:  “Glaskruid is goed tegen het wild vuur, verbranding en alle hete zweren en gezwellen als het gestampt en daar opgelegd wordt."

en

"Een zalf van het sap dat van dit kruid met loodwit gemaakt is is zeer goed tegen alle hete voort etende zweren, hete brandende puisten en dergelijke zweren.

Hetzelfde sap dat met bokkenvet gemengd is, is goed tegen de pijn van jicht, vooral in de voeten als het daar op gestreken wordt. Hetzelfde sap dat met olie van rozen gemengd is verzacht de pijn en smart van de oren als het daarin gedruppeld wordt.”

Groot glaskruid wordt nog homeopathisch gebruikt.

 (*)Rembert Dodoens, beter bekend onder zijn gelatiniseerde naam Rembertus Dodonaeus (Mechelen, 29 juni 1517 of 1518 – Leiden, 10 maart 1585) was een plantkundige en arts uit de Zuidelijke Nederlanden.





Disclaimer bij het gebruik van deze blog:

"Wilde planten in Brugge" is niet verantwoordelijk voor eventuele schade, van welke aard dan ook, als gevolg van het gebruik van planten voor medische of culinaire doeleinden.  “Wilde planten in Brugge” kan niet aansprakelijk gesteld worden voor aanspraken die voortkomen uit de verkeerde determinatie van een kruid of het verkeerde gebruik ervan in de ruimste zin van het woord. Dit artikel vervangt niet het deskundig advies van een arts of een erkend phytotherapeut.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen