zondag 29 mei 2016

Steenbreekvaren

Steenbreekvaren - Asplenium trichomanes



De vegetatie om de Brugse kademuren en oude gevels is vaak een lust voor het oog. Eén van de planten die her en der voorkomen is Steenbreekvaren, behorende tot de Streepvarenfamilie, Aspleniaceae.

Met zijn donkere bladsteel en bladspil is steenbreekvaren een verspreid voorkomende, maar toch een vrij zeldzame soort op onze oude muren. In de rode lijst voor Vlaanderen staat hij al “momenteel niet bedreigd” aangevinkt. In Vlaanderen is het aantal vindplaatsen is in vergelijking met de periode 1940-1972 wel sterk toegenomen.


In België komen twee ondersoorten voor: Gewone steenbreekvaren (Asplenium trichomanes subsp. quadrivalens) en IJle steenbreekvaren (Asplenium trichomanes subsp. trichomanes). Waarschijnlijk komt in Vlaanderen alleen Gewone steenbreekvaren voor.

Op een oude vochtige muur, bestaande uit kalksteen en gericht op het
noorden, voelt de steenbreekvaren zich thuis. Belangrijker dan de steen is het specie: deze dient kalkhoudend en niet te hard te zijn. Steenbreekvaren is veel gevoeliger voor droogte dan muurvaren (zie elders) en staat bijgevolg vooral op schaduwrijke muren.

In tegenstelling tot wat zijn naam laat vermoeden is deze varen niet echt in staat om stenen te breken.  Hij heeft wel voorkeur voor spleten in stenen en oude muren.



De Latijnse naam Asplenium komt van het Griekse a (niet) en splen (milt), omdat men dacht dat het gebruik een opgezwollen milt zou doen inkrimpen. Trichomanes komt van het Griekse trichion (haartje) en manos (dun).
Steenbreekvaren is een kleine wintergroene plant met naar alle kanten verspreid en in bundels uitstaande bladeren, waardoor deze enigszins bolvormig op de muur lijkt te groeien. Uit de wortelstok ontspringt een groot aantal draadvormige bladstelen.

De wintergroene bladeren zijn langgerekt en kort gesteeld en met 2 rijen met veel deelblaadjes. Deze zijn klein, eirond, vaak wat hoekig, hebben een vrijwel gave rand (naar de top vaak fijn gekarteld) en zijn lichtgroen. De meeste zijn onderling even lang. In het tweede jaar verliezen de bladeren vaak geleidelijk hun deelblaadjes, de kale bladspillen blijven nog lang zitten. Oudere planten lijken daardoor vooral in de lente op pruikjes van zwartglanzend haar.
Sporen. Aan de onderkant van een blaadje, aan beide kanten van de middennerf langs de zijnerven zie je meestal 3 of 4 sporendoosjes.


De steenbreekvaren vormt een compact wortelstelsel en heeft aan een kleine oppervlakte genoeg, zoals in een muur. De belangrijkste manier van voortplanting is door middel van wortelstokken. Aan de uitlopers komen weer nieuwe bladeren, en dit  is ook de manier om de steenbreekvaren eenvoudig  te vermeerderen voor eigen gebruik: een uitloper afsnijden.

Geen opmerkingen: