donderdag 9 juni 2016

Engelwortel


Gewone engelwortel - Angelica sylvestris
 

Wie de engelwortel eenmaal heeft gezien, vergeet deze plant nooit meer. Het is een hele grote, forse plant met een stevige stengel en grote bladeren. De bloemen zijn geelgroen en staan in schermen; de wortel heeft een kruidige, aromatische geur en een zeer specifieke smaak.

Het Latijnse woord “angelica” komt oorspronkelijk uit het Grieks: “angelos” dat “boodschapper” betekent.  Vroeger werd deze plant de “engelenplant” genoemd, omdat men van mening was dat de plant hemelse geneeskracht bezat. Volgens een legende zou de geneeskracht van deze plant zelfs door een engel aan de mensen zijn geopenbaard. De engel zou gezegd hebben dat je de wortel van die plant kan gebruiken om van de pest te genezen of om deze ziekte te voorkomen.

De toevoeging “archangelica” betekent “aartsengel”.

Meestal groeit de engelwortel in een vochtige omgeving, bij voorkeur aan het water. De verse stengel, de vruchten en de wortels bevatten stoffen die de natuurlijke afweer die de huid tegen de zon heeft  teniet doen. Daarom is het aan te raden na elke aanraking met deze plant de handen te wassen of van tevoren handschoenen aan te doen. De gekonfijte stengel van de engelwortel gebruikt men bij het maken van gebak en bij het bereiden van alcoholische dranken, onder andere bij de bereiding van bénédictine. Vroeger pasten geneesheren de gekonfijte stengels toe als een tonicum, teneinde de energie te verhogen en de kans op infecties te verkleinen.

Angelica dook voor het eerst op bij Mattheus Sylvaticus in de 14e eeuw. Tabernae montanus schrijft in 1588: "Engelwortel met zijn buitengewone kracht en deugd, alsof de Heilige Geest of dierbare engelen dit gewas en deze heilzame wortel aan de mensheid geopenbaard hadden." Volgens hem werd de plant hoofdzakelijk tegen de "pestlucht en verderfelijke lucht" in ziekenhuizen gebruikt. Hij noemde hem ook wel "gifwortel", die gebruikt kon worden als iemand gif gegeten of gedronken had.

Engelwortel werd in de middeleeuwen gebruikt om een medicijn tegen de gevreesde pest te maken.

Nicolas Culpeper schreef in 1653 “Vocht dat uit de wortel gedistilleerd is verlicht alle pijnen en kwellingen afkomstig van koude en wind”. Men gebruikte de wortel in die tijd voornamelijk bij hysterie, epilepsie, ‘duivelse ziekten’ en bezetenheid.

Aan Angelica schrijft men tal van eigenschappen toe, a.a. spasmolytische, diuretische, en ontstekingsremmende. Werd de plant in het begin vooral gebruikt bij de behandeling van psychische aandoeningen, later werd engelwortel veel meer gebruikt om de spijsvertering te versterken, bijvoorbeeld bij maagkrampen, gasvorming, dyspepsie, anorexia nervosa, nerveuze gastritis, zweren. Ook bij een pijnlijke menstruatie en nerveuze slapeloosheid gaf men engelwortel. Men dacht bovendien dat engelwortel een goed diureticum was, wat onderzoek later ook zou bevestigen. Daarnaast adviseerden kruidendokters  de plant bij ontstekingen van de luchtwegen, astma en reumatische klachten.

 
Rembert Dodoens schreef over de engelwortel dat het vervloekingen en tovenarijen van kwade geesten kon beletten.  De wortel moest voor dit doel meegedragen worden waarna men gevrijwaard was van de invloed van kwaadaardige tovenaars. In vroegere tijden werd een ziekte vaak gezien als de uitwerking van demonen.

Angelica bevat furocumarinen waardoor bij uitwendig contact met de plant huidirritaties en fototoxiciteit kunnen optreden. De huid kan extra gevoelig worden voor UV straling en ontsteken. Langdurig zonnebaden of intensieve zonnebankkuur  worden bij gebruik van Angelica ontraden. De etherische olie blijkt door stoomdistillatie geen furocumarinen bevatten.  De olie welke uit de vrucht en de wortel wordt bereid geeft geen huidreacties.

 

Van de engelwortel worden vooral de wortel en gedroogde wortelstok gebruikt; de vrucht en de twijgen in mindere mate. Van de wortel en het zaad wordt onder meer een etherische olie gemaakt.

Angelica heeft een doordringende geur en smaak. De verse stengel smaakt in het begin even bitter en daarna wordt de hele mond erg warm. In het Hoge Noorden worden alle onderdelen van de plant, maar vooral de bladstelen, als groente gegeten. Schillen en even opkoken nemen de bittere smaak weg.

Eén van de huishoudelijke gebruiken van Angelica is het koken, als selderij, van de malse hoofdnerven van de bladeren. In Lapland beschouwt men de stengels als een delicatesse en in IJsland worden zowel de wortels als de stengels rauw gegeten met boter. In Finland eet men de stengels graag geroosterd in de warme as en drinkt men de gezonde, stimulerende thee getrokken van gedroogde of verse bladeren. Het enigszins bitter smakende blad kan worden gekookt en als spinazie worden gegeten. Fijngehakt geeft het een muskusachtige smaak aan rabarber.

Bladeren en stengel zijn ook een aromatisch toekruid in visgerechten. De jonge en fijngehakte bladeren kunnen worden gebruikt in salades, sauzen en soepen.

De overlangs doorgesneden stengel, gevuld met zachte kaas,  vormt een verrassend aperitiefhapje.

De Noren maken van de wortels een soort brood en banketbakkers over de hele wereld gebruiken de zaden en gekonfijte stengels in gebak en suikerwerk. Wegens het doordringend aroma en de gifgroene kleur vormen ze een aantrekkelijke garnering van gebak en puddingen. Vooral in Frankrijk wordt de plant hiervoor op grote schaal verbouwd.

 
Het vermoeden bestaat dat de heerlijke geur van de muskadeldruiven in sommige rijnwijnen aan de heimelijke toevoeging van Angelica te danken is. Het is een van de ingrediënten van dranken zoals de Franse absint, waarvoor een mengsel gebruikt wordt van engelwortel, alsem en andere kruiden.

Zowel de wortels als de zaden worden bij het fabriceren van Chartreuse benut.

De wortels worden gebruikt, ofwel samen met jeneverbessen,  voor het maken van jenever, ofwel als vervangingsmiddel van jeneverbessen.

Op het internet zijn vele culinaire toepassingen met engelwortel te vinden. We vonden deze o.a. op njam.tv:

Engelwortel konfijten

-      Doe 200 gram suiker en 200 ml water in een steelpannetje en breng aan de kook.

-      Verwijder de bladeren van de engelwortel en ontvlies vervolgens de stengels.

-      Snij de ontvliesde stengels in schuine plakjes.

-      Doe de stukjes engelwortel in de kokende suikersiroop en laat ongeveer 3 uur zachtjes pruttelen.

-      Gebruik de gekonfijte engelwortel als afwerking op taartjes, gebak of ijs. 

Disclaimer bij het gebruik van deze blog

"Wilde planten in Brugge" is niet verantwoordelijk voor eventuele schade, van welke aard dan ook, als gevolg van het gebruik van planten voor medische of culinaire doeleinden.  “Wilde planten in Brugge” kan niet aansprakelijk gesteld worden voor aanspraken die voortkomen uit de verkeerde determinatie van een kruid of het verkeerde gebruik ervan in de ruimste zin van het woord. Dit artikel vervangt niet het deskundig advies van een arts of een erkend fytotherapeut.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen