dinsdag 14 juni 2016

Harig knopkruid


Harig knopkruid - Galinsoga quadriradiata (Galinsoga ciliata)
 
Harig knopkruid behoort tot de Composietenfamilie, Asteraceae (Compositae)

Het woord harig heeft te maken met de afstaande haren op stengel en het blad van de plant. Knopkruid duidt op de kleine, knopvormige gele bloemhoofdjes.

De plant is vernoemd naar de Spaanse hofarts Mariano Martinez de Galinsóga (1766-1797). Quadriradiata duidt op vier straalbloemen.

Harig knopkruid is een echte stadsplant. Overal langs schuttingen, aan de rand van de stoep etc… is hij te vinden. Zoals hier in de Balstraat te Brugge.

De vergelijkbare soort Kaal knopkruid (Galinsoga parviflora) komt iets minder in de stad voor, alhoewel dit dus geen determinatie kenmerk is. Het verschil zit hem, natuurlijk, in de haren. Alhoewel het Kaal knopkruid wel degelijk haren heeft.  Alleen zijn deze meer aangedrukt. Beide soorten zijn in de negentiende eeuw uit Zuid-Amerika ingevoerd. Ze zijn dus invasief en komen nu in heel Europa voor. Maar het zijn geen agressieve exoten.

Galinsoga ciliata is nu ook sterk verspreid en ingeburgerd. Rond 1800 is de plant vanuit de botanische tuin “Jardin des Plantes” in Parijs verwilderd en met de legers van Napoleon door heel Europa verspreid. Daarom heet de plant in Duitsland ‘Französenkraut’. Andere bronnen schrijven dat het in 1796 in de Britse Kew Gardens ingevoerd werd en daaruit “ontsnapte”.
 
Eind 18de eeuw zou er in Frankrijk een behoorlijke knopkruid cultuur zijn geweest. De plant als groente, welteverstaan. En het werd een plaag.

Harig knopkruid komt voor in moestuinen, akkers , plantsoenen, ruderale plaatsen, aan de voet van muren, tussen straatstenen en omgewerkte of pas aangelegde bermen. In Vlaanderen is hij voor het eerst gevonden in 1921. De soort komt hier meer voor dan Kaal knopkruid.

Het Harig knopkruid heeft een stengel die bovenaan dicht bezet is met witte haartjes van ongeveer 1 mm lengte. De stelen van de hoofdjes hebben lange klierharen. De lintbloemen zijn sneeuwwit en groter dan bij het klein knopkruid.

Een kenmerk van knopkruid is dat het zich zeer snel verspreidt. Dit heeft meerdere redenen. Het heeft geen speciale omstandigheden nodig om te kiemen.  De zaden kiemen snel en de plant gaat snel bloeien en ontwikkelt zich het gehele seizoen door. Knopkruid kan in één seizoen drie generaties voortbrengen.

Bovendien is het een zelf- en kruisbestuiver die grote hoeveelheden zaad produceert, tot 100.000 zaden per plant, een productie die onder een groot aantal omstandigheden doorgaat. Een afgesneden stengel kan opnieuw wortels vormen.

Omdat knopkruid blijkbaar behoefte heeft aan veel licht om te kiemen is het bedekt houden van de bodem door een mulchlaag een effectieve manier om de groei van knopkruid te beperken. Je kan het ook gemakkelijk uittrekken met de wortel als het nog jong is.

Maar je kan beide, het kleine en het harige knopkruid, ook eten.

De bloemen en bloemknoppen worden over het algemeen niet gegeten. Het blad past rauw in salades (de bovenste vier bladeren zijn het fijnste) en er is een uitstekende pesto van te maken. Of bereid het als spinazie; de jonge toppen kunnen geheel mee, van het onderste deel van de plant alleen de bladeren. Of kook het als kruid mee in allerlei soepen. Het wordt ook gebruikt in groentesappen.

De smaak is het best voor de bloei.  Het verse kruid kan ook verwerkt worden tot sap om er een verfrissend drankje van te maken.

Voor je gezondheid is harig knopkruid ook gunstig. Het bevat veel ijzer, kalium, magnesium en vitamine C, het werkt ontstekingsremmend en is goed voor je weerstand. Reden genoeg om er veel van te oogsten voor gebruik in de keuken.

De zaden kan men verwerken als toevoeging voor een kruidenolie. Op internet vond ik dat knopkruid een hoog gehalte bevat aan calcium, kalium, magnesium en ijzer. Van alle eetbare wilde planten heeft knopkruid het hoogste ijzergehalte. Verder heeft het een hoog vitamine A en C gehalte. Het is een goed kruid om de weerstand te verbeteren en het heeft een bloedzuiverende werking.
 

Stamppot met knopkruid

1 bos harig knopkruid

2 flinke handen vol eetbare bloemen: bijvoorbeeld teunisbloem, stokroos, viooltjes, madeliefjes, komkommerkruid, goudsbloemen

1 kg aardappels

4 eetlepels crème fraîche

75 gr. zachte geitenkaas

zout en peper

Kook de aardappels gaar, giet ze af, maar bewaar een beetje van het kookwater. Snij het knopkruid en de bloemen fijn. Bewaar een paar bloemen voor de garnering op het bord.

Prak de aardappels tot een puree en meng er de crème fraîche en geitenkaas doorheen. Voeg een beetje van het kookwater toe, tot het een stevige puree is. Spatel er dan de fijn gesneden wilde planten en bloemen door en breng op smaak met zout en peper.
 

Lekker met een frisse tomatensalade!
Het geoogste blad of de stengels verwelken snel. Even bewaren in water frist het op. Om langer te bewaren is het handig het blad te drogen. Dat kan door eerst bossen “takken” ondersteboven op een luchtige droge plaats op te hangen. Dan het blad fijngemalen als kruid gebruikt.

Knopkruid is zeer effectief bij het behandelen van wonden. Het sap helpt bloed te stollen en werkt als een antibioticum. Sommigen beweren dat de wonden ook sneller helen. En als u door brandnetels bent geprikt, wrijf het blad erover. Dat helpt. Echt.

In 2007 onderzocht de universiteit van Kwa-Zulu in Durban, Zuid-Afrika, de werking van zestien lokale kruiden als zogenaamde ACE-remmer. Galinsoga parviflora kwam daarbij goed uit de bus als bloeddrukverlager .

Het Instituto de Investigaciones para la Industria Alimentaria in Havana, Cuba, publiceerde in 2010 onderzoeksgegevens waaruit bleek dat bladolie van knopkruid een antimicrobe werking had tegen bijv. staphylococcus en bacillus cereus.

Onbevestigde bronnen zeggen dat onderzoekers fenolen en antioxidanten hebben gevonden die een heilzame werking hebben voor mensen met hoge bloeddruk en diabetes type 2.

Misschien kan je nu met andere ogen naar dat lieflijk, kleine kruid kijken. Als er voldoende bodembedekking of begroeiing is en weinig of geen bodembewerking zal het ook niet gaan woekeren.

Bronnen:





Disclaimer bij het gebruik van deze blog

"Wilde planten in Brugge" is niet verantwoordelijk voor eventuele schade, van welke aard dan ook, als gevolg van het gebruik van planten voor medische of culinaire doeleinden.  “Wilde planten in Brugge” kan niet aansprakelijk gesteld worden voor aanspraken die voortkomen uit de verkeerde determinatie van een kruid of het verkeerde gebruik ervan in de ruimste zin van het woord. Dit artikel vervangt niet het deskundig advies van een arts of een erkend fytotherapeut.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen