maandag 1 augustus 2016

Wilgenroosje

Wilgenroosje - Chamerion angustifolium (Epilobium angustifolium)
 

Wilgenroosje behoort tot de Teunisbloemfamilie.

De Nederlandse naam wilgenroosje dankt de plant aan het feit dat de bladen lijken op die van de wilg. Roosje is een algemene aanduiding voor " rode bloemen".

De oude geslachtsnaam (Epilobium) komt van het Griekse epi (op de rand van) en lobos (peul), omdat de bloem op het lange vruchtbeginsel staat. Chamerion is afgeleid van het Griekse chamai (dwerg) en neros (vochtig). Angustifolium betekent  ‘met smalle bladen’ wat een verwijzing is naar de inderdaad lange, smalle bladeren .

Deze meerjarige planten vormen door het bezit van een ondergrondse wortelstok grote groepen. Uit de wortelstok komen de rechtopstaande stengels te voorschijn. De tamelijk lange, smalle, lijn- tot lancetvormige bladeren staan verspreid aan deze stengels. De bladeren lijken heel erg op die van wilgen als de schietwilg of de katwilg. Dat is dan ook goed terug te vinden in de Nederlandse naam. De rand van de bladeren is gaaf tot heel weinig getand.
 
De bloemen zijn zogenaamde protandrische bloemen, dat betekent dat de bloemen eerst in de mannelijke fase zijn. De meeldraden steken tot buiten de bloem en hebben dan rijpe helmknoppen die open gaan en pollen vrijgeven. Bezoekende insecten krijgen dat pollen mee. Enige tijd later komen de bloemen in de vrouwelijke fase. Dan zijn de vier stempellobben open gevouwen en ontvankelijk voor pollen. Een insect dat eerder een mannelijk bloeiende bloem bezocht heeft geeft dan wat pollen af aan de stempellobben. Daarna kan bevruchting plaatsvinden en groeit het vruchtbeginsel uit tot een vrucht waarin de zaden rijpen. Als deze rijp zijn opent zich de vrucht en komen de zaden met hun zaadpluis te voorschijn. Door dit pluis kunnen de zaden goed door de lucht zweven en behoorlijk grote afstanden afleggen.

Het wilgenroosje bevat tamelijk veel ijzer en kalk en vitamine C, daarom wordt deze plant regelmatig in versterkende thee gebruikt. De looistoffen werken op de diarree e.d., zijn ook bloedstelpend.

Evenals de (kleinbloemige) basterdwederikken bevat de plant ook sitosterol en betasitosterol. Deze stof heeft een goede inwerking op de prostaat.

Het wilgenroosje werd vaker gebruikt voor thee, de kleinbloemige Epilobium-soorten zijn meer geschikt voor tinctuur.

De plant werkt ontstekingsremmend en pijnstillend. Het verse sap of de wortel tot poeder gemalen kan gebruikt worden om nachtelijk bedwateren te verhelpen. In Polen wordt een thee van de wortelstok gebruikt bij hoofdpijn.  De gedroogde bladeren toevoegen aan een avondthee wordt in Rusland gedaan vanwege de kalmerende werking. (Kaporiethee) En in Frankrijk worden de bladeren op etterende wonden gelegd.  De bladeren, die in de zon gedroogd kunnen worden,  kunnen volgens Culpeper gebruikt worden voor een thee om te gebruiken bij astma en kinkhoest. De thee werkt ook slijmoplossend.
 
Wilgenroosje in de keuken

Jonge bladen kunnen in de soep of als groente gegeten worden en smaken klaarblijkelijk wat zurig. In de Kaukasus worden de jonge toppen van de wortelstok als sla gegeten of tot moes gekookt, of net als asperges bereid.

De jonge scheuten en bladeren van deze plant zijn eetbaar; het is een wilde groente. Je kunt ze als alternatief saladebladeren voor en originele salade gebruiken of als groente koken. De gelachtige substantie kan aan soepen worden toegevoegd. De wortel wordt als saladegroente gebruikt en in Scandinavische landen maken ze er een compote van, Van de gedroogde bladeren kan een thee worden gemaakt; dat doet men vooral in Rusland. De knoppen van de bloemen worden in salades gedaan of net als kappertjes in azijn ingemaakt om er in de winter van te kunnen genieten.

 

Ik las een mooi verhaal over het wilgenroosje, een verhaal om aan kinderen te vertellen als je op een wandeling langs een open plek in het bos plots een groep wilgenroosjes ontwaart.  Het ontstaan van het wilgenroosje is een romantisch verhaal.

Lang, lang geleden leefde aan de rand van het bos, te midden van prachtige bloemen een elfenfamilie in een wilde rozenstruik. Op warme zomerdagen speelden de kleine elfjes in de koele schaduw van het bos, aan de rand van een meertje. Op een mooie dag speelde een elfje aan de voet van een oude grote wilg, toen ze blij verrast een klein kaboutertje naar beneden zag klimmen. Sinds die dag speelden het elfje en het kaboutertje op alle warme dagen samen in het koele bos.

Toen zij groter groeiden werden ze verliefd op elkaar. Zij vertelden het aan hun ouders dat ze samen wilden gaan wonen. De verbazing en ontzetting bij de wederzijdse ouders was zo groot dat ze het hun kinderen verboden. Elfen en kabouter trouwen niet met elkaar! Elfen trouwen met elfen en kabouters met kabouters.

Het bedroefde elfje en de verdrietige kabouter vroegen de elfenkoningin om raad en goedkeuring. Deze zei: "een kabouter en een elfje op één kussen, daar zit de duivel tussen". De kabouter ging terug naar zijn wilg en treurde wekenlang, waardoor zijn wilg in een treurwilg veranderde. Ook het elfje ging terug naar haar rozenstruik aan de rand van het bos en huilde dagenlang. De elfenkoningin kon deze droefenis niet aanzien en trok op een heldere herfstdag naar de kabouterkoning voor overleg. Gezamenlijk besloten zij in grote wijsheid dat de twee voor altijd samen mochten leven, maar niet in de gedaante van elf en kabouter maar in een nieuwe gedaante: in de vorm het Wilgenroosje. Dankbaar en gelukkig aanvaarden ze het voorstel.

En zo leefden ze nog lang en gelukkig.

Disclaimer bij het gebruik van deze blog

"Wilde planten in Brugge" is niet verantwoordelijk voor eventuele schade, van welke aard dan ook, als gevolg van het gebruik van planten voor medische of culinaire doeleinden.  “Wilde planten in Brugge” kan niet aansprakelijk gesteld worden voor aanspraken die voortkomen uit de verkeerde determinatie van een kruid of het verkeerde gebruik ervan in de ruimste zin van het woord. Dit artikel vervangt niet het deskundig advies van een arts of een erkend fytotherapeut.

 

Bronnen:




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen