zaterdag 11 juni 2016

Groot kaasjeskruid


Groot kaasjeskruid - Malva sylvestris
 

Kaasjeskruid bestaat in twee versies. Je hebt het Groot kaasjeskruid (Malva silvestris) en het Klein kaasjeskruid (Malva neglecta). Kaasjeskruid is, samen met bv stokroos, heemst, cacao, katoen , kolanoot en hibiscus, lid van de kaasjeskruidfamilie, de Malvaceae.

Kaasjeskruid bevat buitengewoon veel slijmstof en bedekt  ontstoken weefsel. Het werkt dus verzachtend op het slijmvlies van je luchtwegen en op de mond- en keelholte.

De naam "kaasje" heeft betrekking op de rijpende vrucht, waarvan de zaden als partjes zo fraai aaneensluiten dat ze samen een kaasje lijken te vormen.
 
Kaasjeskruid in de geschiedenis

Rond de 8ste eeuw v. Chr. werd kaasjeskruid als groente gegeten door zowel de Egyptenaren als de Armeniërs en de Syriërs. Ook de Romeinen aten de plant bijna in zijn geheel. Zij aten het zaad, kookten de bladeren als kool en aten ze als voedzame groente. Het werd als medicinale plant gekweekt en als "panacee" gebruikt (middel tegen allerlei kwalen).

Tijdens de Romeinse tijd vermeldde Plinius de Oudere  (23 of 24 na Chr. – 79 na Chr.) het dagelijks gebruik van een glaasje kaasjeskruid sap als bescherming tegen alle ziekten, ook bij de steek van een bij of een schorpioen. Bij bevallingen raadde hij aan om kaasjeskruidbladeren onder de kramende vrouw te leggen om de geboorte te versnellen.

Bij de Grieken beschouwden de volgelingen van Pythagoras (ca. 572 v.Chr. – ca. 500 v.Chr) de plant als heilig omdat de bloem zich naar de zon keert. Pythagoras adviseerde de plant ook om de geslachtsdrift tegen te gaan en als middel om de maag en het brein te reinigen.

Dioscorides (circa 40-90 na Chr.) zag kaasjeskruid als een tegengif voor verschillende vergiftigingen en heilzaam bij baarmoederklachten.

Karel de grote liet kaasjeskruid verplicht aanplanten op al zijn domeinen. De Duitse benedictijnse abdis Hildegard von Bingen (1098 - 1179) noemde het kaasjeskruid 'Babela' en gebruikte de gekookte wortels om de spijsvertering te bevorderen.

In de Middeleeuwen werd het kruid als ‘omnimorbia’ beschouwd: goed tegen alle ziekten of een “alles genezend kruid”. Men gebruikte de hele plant, maar de wortels bevatten echter de meest heilzame eigenschappen. In water gekookt verkreeg men een aftreksel dat diuretisch werkte, heilzaam bij nieraandoeningen en urineretentie, de schadelijke vochten in de ingewanden verdreef, evenals gal en nierstenen. Men zoette het met siroop van viooltjes en gebruikte het ook bij pijnlijk urineren, en blaasontsteking.

Van de verse of gedroogde bladeren, werd ook samen met andere kruiden, een aftreksel gemaakt dat men gebruikte als klysma (vooral in de 15de en 16de eeuw).

In Engeland raadde Nicolas Culpeper het aan bij longziekten, wespensteken en bevallingen. Bij inwendig gebruik heeft kaasjeskruid een verzachtende werking op de bronchiale slijmvliezen, dus bij hoest, bronchitis, heesheid, laryngitis en angina. Een alternatieve hypothese voor de afleiding van de naam Malva is trouwens dat het afgeleid is van het Oudgriekse woord 'malassoo' = verzachten.

Het kruid werd in de volksgeneeskunde vaak gebruikt in plaats van het veel krachtiger heemst (bevat meer slijmstoffen).
 
Medicinale toepassingen

Tegenwoordig wordt wereldwijd erkend dat Groot kaasjeskruid veel slijmstoffen bevat. Deze slijmstoffen kunnen met garantie ingezet worden om kwalen te verlichten. De slijmstoffen slobberen voornamelijk de luchtweg van mondholte tot longblaasjes schoon.

Verzachting is een onmisbaar woord in de beschrijving van Groot kaasjeskruid. Het is toepasbaar bij:

- Acute bronchitis, hoest, droge hoest, prikkelhoest, kinkhoest, strottenhoofdontsteking, en heesheid, angina en amandelontsteking, keelpijn, rauwe keel, verkoudheden en grieptoestanden.
- Maag-darm slijmvliesontstekingen,  maagwandontsteking, slokdarmontsteking door opstijgend maagzuur ten gevolge van een maagbreuk, brandend maagzuur.

- Diarree (door irritatie), darmontsteking, dysenterie , preventie van zweren van maag en darmen, ontsteking van de endeldarm.
- Blaasontsteking en pijnlijk urineren.
- Constipatie (vnl. bij kinderen); chronische constipatie, spastisch colon.

- Mondslijmvliesontsteking, tandvleesontsteking, aften, tandabcessen.

- Aambeien, insectenbeten kneuzingen.

- Conjunctivitis (oogbindvliesontsteking) .

- Uitrijpen en verzachten van abcessen, verzweringen, steenpuisten; om de huid te verzachten en soepel te houden. Bij eczemen, huiduitslag en insectenbeten.

Kompressen tegen ontstekingen van de huid:

1 theelepel in stukken gesneden bloem en blad met 1 liter lauwwarm water overgieten en gedurende 10 minuten opkoken.
Het vocht zeven en laten afkoelen.
Een schoon doekje in het vocht drenken en licht uitgewrongen 10 minuten lang op de aangedane plek van de huid leggen.

Kaasjeskruidthee.

Als je thee wil maken van kaasjeskruid mag je het kruid niet overgieten met kokend water. Neem een theelepel gedroogd kruid (bloemen en bladeren), overgiet hem met een kop LAUW water en laat een nachtje staan.

Zo vernietig je het heilzame plantenslijm niet. Warm de thee 's morgens op, maar laat niet koken. Zeef de thee en drink hem op met kleine slokjes.

Deze thee werkt in op de bovenste luchtwegen en de mond- en keelholte. Hij overdekt de mond en de keel met een slijmlaagje. Als je een kop kaasjeskruid-thee drinkt, voel je duidelijk het beschermlaagje dat heilzaam inwerkt. Als je hees bent, drink dan eens een kop kaasjeskruidthee. Trouwens als je veel praat of zingt mag kaasjeskruidthee niet ontbreken op je menu.
 
Gebruik in de keuken

Van april tot juli kun je de nog zachte, lichtgroene bladeren van groot kaasjeskruid in reepjes gesneden toevoegen aan salades. Vanwege hun verdikkende werking zijn ze ook geschikt als basis voor kookgroenten en soepen.

Van juni tot november worden de bloemen verwerkt als toevoeging aan en decoratie van zoete dessert, bij de bereiding van aromatische en fruitige dranken, gepureerd in koude schotels en samen met de bladeren als thee. Je kunt de bloemen ook over een salade uitstrooien.

Zowel de bloemknoppen  als de nog zachte groene vruchten kun je op azijn of olie zetten, bijvoorbeeld pikant met scherpe specerijen, met mosterdzaad, met dille, of ook alleen met zout. Je kunt ze ook rauw eten, over salades strooien of door een gevarieerd groentegerecht mengen.
De groene, onrijpe zaden staan bekend als afrodisiacum.
Groot kaasjeskruid heeft een aangename, verfijnde en milde smaak.
(bron: Eetbare wilde planten. ISBN 978-90-77463-25-3)



Ecologische aspecten

Het groot kaasjeskruid is nectarplant voor bijen en hommels. Het is de waardplant voor de distelvlinder (Vanessa cardui) en het kaasjeskruiddikkopje.

 

Disclaimer bij het gebruik van deze blog

"Wilde planten in Brugge" is niet verantwoordelijk voor eventuele schade, van welke aard dan ook, als gevolg van het gebruik van planten voor medische of culinaire doeleinden.  “Wilde planten in Brugge” kan niet aansprakelijk gesteld worden voor aanspraken die voortkomen uit de verkeerde determinatie van een kruid of het verkeerde gebruik ervan in de ruimste zin van het woord. Dit artikel vervangt niet het deskundig advies van een arts of een erkend fytotherapeut.
 
 


 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen